Rechtsmiddelen – Strafzaken – Hoger beroep – Termijn – Op tegenspraak gewezen vonnis – Aanvang van de termijn – Informatie over het rechtsmiddel
Bij arrest nr. 176/2025 van 18 december 2025 heeft het Grondwettelijk Hof voor recht gezegd dat art. 203 Sv. de artikelen 10 en 11 Gw. schendt, in samenhang gelezen met art. 6 EVRM, maar uitsluitend in zoverre het ertoe leidt dat de termijn om hoger beroep in te stellen tegen een op tegenspraak gewezen vonnis een aanvang neemt vanaf de uitspraak, zelfs wanneer de veroordeelde naar aanleiding daarvan niet is geïnformeerd over de mogelijkheid om dat rechtsmiddel aan te wenden, noch over de wijze waarop en de termijn waarbinnen zulks dient te gebeuren. De ontstentenis van een wetsbepaling die vaststelt op welke wijze de voormelde informatie met betrekking tot de rechtsmiddelen aan de veroordeelde dient te worden meegedeeld, schendt de artikelen 10 en 11 Gw., in samenhang gelezen met art. 6 EVRM. De gevolgen van art. 203 Sv. worden gehandhaafd tot de aanneming, door de wetgever, van een regeling die de vastgestelde ongrondwettigheid verhelpt, en uiterlijk tot en met 31 december 2026.